Zo krijg je de prioriteiten van bewoners op de gemeentelijke agenda (deel 2)

Hoe werk je als bewoners en wijkorganisaties aan een gezamenlijk buurtprofiel?

Om de agendapunten uit de wijk op de gemeentelijke agenda te krijgen moeten bewoners en buurtorganisaties tot een gezamenlijk buurtprofiel komen. Maar hoe kom je zover en waar moet je rekening mee houden?

Om de prioriteiten van een wijk op de gemeentelijke agenda te krijgen, zoals ik in mijn vorige blog schreef, is het nodig om eerst gezamenlijk een buurtprofiel te schetsen: dit zijn wij en zo ziet onze wijk eruit. Van daaruit kunnen bewoners(organisaties) samen de prioriteiten van de wijk vaststellen. Zijn zij het daarover eens, dan kunnen ze gezamenlijk invloed uitoefenen op de gemeentelijke agenda. Maar hoe kom je zover?

Op zoek naar nieuwerwetse wijkplatforms

Er zijn wijkplatforms die de stem van de bewoners een plek geven, maar die worden inmiddels vaak als ouderwets beschouwd. Er is vraag naar nieuwe, projectmatige organisatievormen die uitnodigend zijn, een positieve sfeer hebben en een afspiegeling zijn van de wijk. Nieuwe vormen dus, voor nieuwe manieren van samenwerken in de wijk.

Zoals in het Limburgse America, een dorp dat kampt met krimp waardoor er steeds meer voorzieningen zoals de supermarkt, de huisarts en de buslijn dreigen te verdwijnen. In de korte docu De laatste dokter van America(externe link), zie je hoe de dorpelingen samen een visie en uitvoeringsplan hebben opgesteld. Door zoveel mogelijk mensen erbij te betrekken (daarbij gebruik makend van Harrie ‘de dorpsantenne’) en bewoners de ruimte te geven hun ideeën te delen, is hun gezamenlijke dorpsvisie ontstaan. En door daarna efficiënte werkgroepen op te zetten, is het ze gelukt hun “LaefHoês” te bouwen(externe link). Niet over één nacht ijs, maar het is wel gelukt.

America is een mooi voorbeeld maar voor het opzetten van een netwerk of van samenspraak, bestaat geen eenduidige organisatievorm; iedere wijk is namelijk weer net even anders. Om het gezamenlijk op trekken als wijk mogelijk te maken, is het noodzakelijk om met een diverse groep initiatieven te werken: de oude, ervaren actieve bewoners, de innovatieve nieuwelingen én de minder betrokkenen.

Diversiteit aan initiatieven en behoeften in een wijk is groot

Denk bij diversiteit, naast bijvoorbeeld leeftijd, culturele achtergrond en sekse, ook aan verschil in levensfase van een initiatief. Niesco Dubbelboer en Eisse Kalk onderzochten in het afgelopen jaar 21 initiatieven in zeven gemeentes en kwamen erachter dat daarin ontwikkelingsfasen te benoemen zijn. Met deze categorisatie (zie kader) kan worden nagegaan of diversiteit echt op alle fronten is vertegenwoordigd in het buurtnetwerk. De behoeften zijn een indicatie van wat buurtinitiatieven nodig hebben om sterker te worden. Want hoe sterker een initiatief, hoe waardevoller het is voor de buurt en het netwerk.[1]

ONTWIKKELINGSFASEN VAN EEN INITIATIEF

De ontwikkelingsfasen en bijbehorende behoeften zijn uitgewerkt in het boek Werkplaats MaakdeBuurt(externe link) en dit artikel:

– In de startfase heeft een initiatief behoefte aan: informatie en methodes, startbudget en erkenning.

– In de groeifase verandert dat naar behoefte aan: een eigen plek, een vast contactpersoon bij de gemeente en organisatieontwikkeling.

– Vervolgens is er in de continuïteitsfase behoefte aan: meer zeggenschap om invloed op de besluitvorming uit te kunnen oefenen, financiële en inhoudelijke zeggenschap. Ook is er behoefte aan afspraken die gelden voor de lange termijn en die onderdeel zijn van jaarlijkse rapportages over de wijk (oftewel, serieus genomen worden).

– Uiteindelijk is er behoefte aan: moreel eigenaarschap en praktisch eigenaarschap van de activiteiten die het initiatief uitvoert en is er behoefte aan een sterke organisatiestructuur met mogelijkheden voor uitbreiding.

Van meepraten naar netwerk

Voor bewonersorganisaties in de continuïteitsfasen past het woord ‘initiatief’ eigenlijk niet meer. Ze zijn al bezig met het beïnvloeden van de agenda. Doordat ze al langer meedraaien in een wijk, hebben ze de mogelijkheid en de noodzaak gecreëerd om mee te praten. Zij voorzien, kleinschalig, in de behoefte van de buurt. En hebben zij veel contact met de gemeente over wat nou echt belangrijk is voor de buurt. Het helpt als deze bewonersorganisaties bereid zijn om samen te werken met kleine wijkactiviteiten en ‘losse’ bewoners. Zo hebben zij goed zicht op wat er lokaal speelt. Ook helpt het als ze samen optrekken met de welzijns- en/of zorgorganisaties in de wijk.  Dan kan een breed netwerk ontstaan: van kleine initiatieven en gevorderde buurtorganisaties, tot aan welzijns- en zorgorganisaties.

Stappen naar de gezamenlijke agenda

Nadat de wijkinitiatieven een netwerk hebben gevormd, stellen zij samen met maatschappelijke organisaties en gemeente de agenda voor de wijk vast. Hoe bepaal je uiteindelijk met de betrokken bewoners en initiatieven wat er op de gemeentelijke agenda komt? Daarvoor moet je samen besluiten wat belangrijk is, wat het meeste effect heeft of welke bewonersorganisatie de meeste impact heeft. Het aspect ‘agendasetting’ zullen we volgende keer in stap 2 uitwerken (zie de vorige blog).

Foto: CAMPUS OF EXCELLENCE (Flickr Creative Common

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *